Na de vertering van voedsel en de stofwisseling in het lichaam blijft er een zure of een basische rest over. Basisch ( of alkalisch ) is het tegenovergestelde van zuur. Nu heeft ons lichaam van nature een licht basenoverschot en wil dat ook graag zo houden. Het lichaam doet dat op verschillende manieren. Een overschot aan zuren wordt zoveel mogelijk uitgescheiden door de nieren . Ook de longen spelen hierbij een belangrijke rol. Als we teveel zuurvorming in ons lichaam hebben , dan kan het zuurcompenserende mechanisme het niet meer aan.
Als de nieren, longen en de huid het teveel aan zuren niet meer kan afvoeren dan wordt het teveel aan zuren door het bloed afgevoerd naar de weefsels zoals de spieren, pezen, onderhuids bindweefsel en de gewrichten. Hierdoor kan je verschillende klachten krijgen. Hoofdpijn, vermoeidheid, huidproblemen en ook reumatische klachten. Door het zuur-base evenwicht te herstellen kunnen de klachten vermindert worden en zelfs verdwijnen.
Voedingsmiddelen met een hoge zuurrest bevatten relatief veel fosfor, chloor en zwafel. Voedingsmiddelen met een hoge baserest bevatten relatief veel mineralen zoals: natrium, kalium, calcium en magnesium. De verbindingen die deze mineralen aangaan in ons lichaam zijn uiteindelijk bepalend voor het zuur-base evenwicht.
Of een voedingsmiddel een zuren- dan wel een basenoverschot levert wordt bepaald door de chemische samenstelling en niet door de smaak! Groenten en fruit zorgen bijvoorbeeld voor een basische rest. Zo leveren sinaasappels en citroenen, die zuur smaken wel een basenoverschot. En vis, granen en peulvruchten zijn zuurvormend, maar zijn waardevolle voedingsmiddelen.
Het gaat erom dat ons evenwicht in ons lichaam niet teveel wordt verstoord!!
Zuurvormende voedingsmiddelen zijn altijd zuurvormend. Basevormende voedingsmiddelen kunnen zuurvormend worden als iets slecht wordt gekauwd en in te grote hoeveelheden wordt gegeten . Met name geldt dit voor voedingsmiddelen die snel tot gisting kunnen overgaan in de darmen ( grof gesneden rauwkost, fruit, compote, vruchtensappen ).
Sterk zuurvormend voedsel:
Vlees, vis, gevogelte, ei en soja ( producten )
Zuurvormend voedsel:
Peulvruchten ( ook pinda’ s ), granen en kaas
Zwak zuurvormend/zwak basevormend:
Kwark, noten, roomboter, olie, rijst
Basevormend voedsel:
Vloeibare melkproducten ( melk, karnemelk, yoghurt, biogarde )
Sterk basevormend voedsel:
Groente, fruit, aardappelen.

